Waarop letten bij de keuze van wand- en/of plafondverwarming

Wand- en plafondverwarming zijn minder bekend dan vloerverwarming als methode van oppervlakteverwarming. Wand- en/of plafondverwarming bieden toch wel enige voordelen ten opzichte van vloerverwarming. De reactietijd ligt in de regel lager en de installatie neemt minder tijd in beslag en is minder ingrijpend dan vloerverwarming. Het grote voordeel van wand- en/of plafondverwarming is ook de mogelijkheid om te koelen.: een aspect wat bij steeds beter geïsoleer­de huizen belangrijk wordt.

Wand-, plafond- of vloerverwarming, allen dezelfde warmte: stralingswarmte

Of het nu wand-, plafond- of vloerverwarming betreft: alle systemen weren op basis van stralingswarmte. De warmte wordt overgedragen door elektro­magnetische golven die de muur, het plafond of de vloer uit straalt. Bij verwarming is de temperatuur van de vloer, het plafond of de muur hoger dan de temperatuur van de ruimte, bij koeling is die lager. Dat temperatuur­verschil wordt bereikt door warm of koud water te laten stromen door kunststof buizen in de vloer of wand.

Stralingswarmte (of koeling) werkt dus anders dan convectiewarmte. Daarbij wordt de lucht verwarmd en in beweging gezet. Bij stralingswarmte blijft de luchttemperatuur lager om dezelfde thermische behaaglijkheid te verkrijgen. Het thermisch comfort stijgt bij een lagere luchttemperatuur, en dientengevolge is er een automatische reductie van het energieverbruik door het lagere warmteverlies en de lagere watertemperatuur.

Welk systeem: vloer, wand of plafond

Bij het gebruik van stralingswarmte speelt de warmteoverdrachtscoëfficiënt, oftewel de alfawaarde (in W/m²K), een grote rol. Die bepaalt hoe efficiënt er verwarmd of gekoeld kan worden, maar kan afhankelijk van plaats en toepassing sterk variëren.

Dat komt doordat een deel van de warmte altijd convectief is: warme lucht stijgt, waardoor een plafond meer warmte zal kunnen afvoeren dan een vloer. Voor koeling haalt een plafond een maximale alfawaarde van ca. 11, een vloer ca. 6.

Omdat het rendement van een installatie toeneemt met de stralingsoppervlakte, ligt een combinatie van de systemen voor de hand.

Wat is het meest efficiënt

Bij de verwarming is het net omgekeerd: daar haalt de vloer 11 en het plafond slechts 6. Wandsystemen zullen zich logischerwijs tussen die waarden bewegen, omdat het water verticaal stroomt, en halen voor koeling en verwarming ongeveer gelijke waarden.

In principe is de meest efficiënte manier dus om via vloer en wand te verwarmen en om via plafond en wand te koelen. Het is echter niet zo praktisch om alle drie de oppervlaktes van leidingen te voorzien. Daarom kan gekozen worden voor een combinatie van wand- en plafond of wand- en vloerverwarming.

Welke combinatie meest geschikt voor uw ruimte

Bij een combinatie van wand- en vloerverwarming of wand- en plafondverwarming adviseren we om van wand en vloer en wand en plafond van aparte circuits te voorzien.

Welke combinatie voor welke ruimte in een bepaald gebouw geschikt is, hangt af van een paar parameters, zoals de hoogte van de ruimte. Een wand- of plafondverwarmingssysteem heeft een lagere reactietijd, maar een wandsysteem heeft dan weer een hogere aanvoertemperatuur nodig. Wandverwarming wordt vooral toegepast in badkamers, omdat die ruimte vaak niet volledig op temperatuur kan worden gebracht met enkel vloerverwarming. Bovendien speelt daar ook het comfort­ een grote rol.

De installatie

De diverse systemen: wand- en plafondverwarming kunnen met een droogbouwsysteem worden geïnstalleerd.

Bij nieuwbouw kan mogelijk gewerkt worden met een natbouw systeem, bij renovaties ligt een droogbouw systeem voor de hand. Daarbij worden de buizen aan­gebracht in polystyreensysteemplaten (EPS) en aluminium warmtegeleidingslamellen. Droogbouwsystemen hebben over het algemeen een lagere opbouwhoogte dan natsystemen.

Waarmee rekening houden

Bij een plafondverwarmingssysteem moet er rekening worden gehouden met de plafond­inbouw: waar komen de lichtpunten, ventilatieroosters, speakers. Bij een droogsysteem is er altijd overleg nodig met de afwerkingsfirma.

Keuze van de warmtebron

Naast de mogelijkheden om een Cv-ketel toe te passen bij wand- , vloer -en plafond verwarming is een lagetemperatuursysteem zoals de warmtepomp in opmars. Een warmtepomp kan mits een juiste dimensionering en goede isolatie, een heel geschikte optie zijn.

Veel fabrikanten merken de laatste jaren een toename in het aantal aanvragen voor een wandverwarmingssysteem met warmtepomp.

Lucht-water warmtepomp

Lucht-waterwarmtepompen worden momenteel het meest gebruikt. Ze zijn vooral in trek vanwege hun geringe investeringskosten. Lucht-waterwarmtepompen halen hun energie uit de omgevingslucht en brengen die over op het medium water. Dit type warmtepompen kan perfect worden toegepast voor zowel verwarming als koeling.

Bodem-water warmtepomp

Bodem-waterwarmtepompen hebben voor verwarming en koeling een hogere COP dan lucht-waterwarmtepompen. Vooral voor koeling zijn ze veel efficiënter. Deze warmtepompen halen hun energie uit de bodem, waar de energetische inhoud significant hoger ligt dan in de lucht. Door middel van een circulatiepomp wordt het water door een gesloten lus in de bodem gestuurd. Dat houdt wel in dat er boringen nodig zijn, waardoor de investeringskosten van een bodem-waterwarmtepomp heel wat hoger zijn.

Hoeveel boringen er nodig zijn, hangt af van het gevraagde vermogen. In tegenstelling tot lucht-waterpompen kan hierbij de onttrokken energie wel worden opgeslagen in de bodem. In het begin van het stookseizoen zal dat het rendement van de verwarming ten goede komen.

In ons land is nog steeds verwarming belangrijker dan koeling en daarvoor zijn vloer- en wandverwarming de efficiëntere optie

Water-water warmtepomp

Een derde alternatief is de water-waterwarmtepomp. Daarbij wordt water uit een ondergrondse waterlaag opgepompt, door het leidingencircuit gestuurd en terug in de bodem gestort. Het oppompen gebeurt met een dompelpomp, die meer verbruikt dan een circulatiepomp. De COP zal over het al­gemeen dus iets lager liggen dan bij een bodem-waterwarmtepomp.

Toch kan een water-waterwarmtepomp interessant zijn als er grote vermogens gevraagd worden – vanaf 40 kW. De extra draaikosten van een dompelpomp bedragen dan minder dan de investeringskost voor het grotere aantal boringen bij gebruik van een geothermisch systeem.

Vermogen

De benodigde vermogens zijn afhankelijk van de verwachtingen en de toepassing. Bij de dimensionering moet de installateur rekening houden met het koelvermogen, maar in de praktijk wordt er vaak geselecteerd op de warmtevraag. De koeling die dan mogelijk is, is eerder ‘mooi meegenomen’.

Welke ruimtes

Het hoeft niet te verbazen dat lagetemperatuurverwarming staat of valt met een goede isolatie. Dat is dus het eerste aspect waaraan de woning moet voldoen.

Ook de functie van de ruimte moet door de installateur in acht worden genomen: in de winter zal een badkamer een grotere warmtevraag hebben dan bijvoorbeeld de woonkamer.

In de zomer zal er, afhankelijk van eventuele zonwering, meer energie nodig zijn om de woonkamer koel te houden.

Naregeling

Het belang van een naregeling per ruimte is niet te onderschatten: sommige ruimtes krijgen na verloop van tijd immers een andere bestemming – denk aan kinderkamers die studeerkamers worden – en dan is flexibiliteit geen overbodige luxe.

Conclusie

Over wand- en plafondverwarming leven bij consumenten nog vooroordelen en mis­verstanden. Zo is het wel degelijk mogelijk om kasten tegen een muur met wandverwarming te plaatsen. Bovendien kan je met een thermofolie vaststellen waar de leidingen zich bevinden, zodat er nog steeds schilderijen of fotokaders opgehangen kunnen worden.

Plafondverwarming wordt particulier relatief weinig toegepast. In onze regio gaat verwarming meestal boven koeling en daarvoor zijn vloer- en wandverwarming tde efficiëntere optie.

Daarnaast wordt plafondverwarming vaak geïnstalleerd in systeemplafonds, iets wat meer voorkomt in kantoren en openbare gebouwen dan in woningen.

Nog een reden waarom plafondverwarming relatief weinig wordt toegepast, is de relatieve onbekendheid bij installateurs. Bovendien is niet elke installateur gespecialiseerd in warmtepompen en de (sturings)technische kant.